• Leestijd 3 - 4 minuten

Te lichtvaardig een werknemer op non-actief stellen kan je als werkgever duur komen te staan!

Blog Barbara over Talpa

Talpa heeft sinds mei 2017 kritiek geuit op het functioneren van haar creatief directeur en deze vervolgens, nadat geen overeenstemming werd bereikt over de voorwaarden van een minnelijke regeling, in oktober 2017 op non-actief gesteld (‘met onmiddellijke ingang ontheven van zijn taken’).

De werknemer heeft de rechter in kort geding verzocht, om Talpa te veroordelen om hem weer tot het werk toe te laten, welke vordering is toegewezen. Daartoe is onder andere overwogen dat Talpa het disfunctioneren niet heeft onderbouwd, geen verbetertraject heeft aangeboden en de arbeidsverhouding verder onder druk heeft gezet en de op non-actiefstelling prematuur is.

Weer teruggekeerd op de werkvloer is een verbetertraject opgestart. Talpa is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis maar het hof heeft het vonnis bekrachtigd en is eveneens van oordeel dat Talpa ten onrechte, althans te snel ‘heeft gegrepen naar het machtsmiddel van die volledige ontheffing’. Daarnaast overweegt het hof, dat de wens van een werkgever om te komen tot een beëindiging van de arbeidsrelatie vanwege disfunctioneren, op zichzelf nog niet het nemen van een dergelijke maatregel rechtvaardigt.

Vervolgens verzoekt Talpa de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op basis van een verstoorde arbeidsrelatie. Dit verzoek wordt toegewezen, omdat duidelijk is dat de arbeidsrelatie duurzaam is verstoord.

De werknemer verzoekt om Talpa te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding, omdat Talpa zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen, een vereiste om een billijke vergoeding toe te kunnen kennen.

De kantonrechter is van mening dat Talpa inderdaad ernstig verwijtbaar gedrag kan worden verweten en veroordeelt haar tot betaling van een billijke vergoeding van ruim € 1.000.000,- bruto.

Talpa wordt verweten dat zij heeft nagelaten om een adequaat verbetertraject met de werknemer te doorlopen nadat kritiek was geuit op het functioneren. In plaats daarvan heeft Talpa de werknemer op non-actief gesteld, een actie die door rechters flink wordt afgestraft indien je daar als werkgever geen hele goede redenen voor hebt.

De kantonrechter acht het voorts aannemelijk dat een direct causaal verband bestaat tussen de verwijtbare gedraging ten aanzien van de non-actiefstelling en de verstoorde verhoudingen.

Bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding zoekt de kantonrechter aansluiting bij het leerstuk van proportionele aansprakelijkheid, omdat er onzekerheid is over het causaal verband tussen de verwijtbaarheid van de werkgever en de schade.

Enerzijds wordt rekening gehouden met het feit dat de werknemer op basis van een Management Participatie Plan (MPP) recht heeft op een percentage van de verkoopopbrengst van Talpa Holding, mits hij op dat moment nog in dienst is. In 2015 heeft de werknemer de eerste termijn van het totaalbedrag van € 3.643.000,- ontvangen. Door de ontstane verstoorde verhouding en de daaropvolgende ontbinding kan de werknemer geen aanspraak meer maken op de resterende MPP-termijnen, zijnde ruim € 2.000.000,-, omdat hij niet meer in dienst is.

Anderzijds is het ook denkbaar dat, indien wel een verbetertraject was gevolgd, er geen verbetering in het functioneren was opgetreden en de arbeidsovereenkomst in de loop van 2018 zou zijn ontbonden. In die situatie had de werknemer de 4de en 5de termijn van het MPP ook niet ontvangen.

De kantonrechter begroot de billijke vergoeding op de helft van de schade, dus op ruim € 1.000.000,- bruto.

Deze uitspraak laat maar weer eens zien, dat je altijd vooruit moet denken bij de te nemen stappen in een procedure die mogelijk kan leiden tot ontslag, niet te gehaast moet handelen en goed moet overdenken welke consequenties die stappen, zoals het op non-actief stellen van een werknemer, kunnen hebben. Dit betreft zowel de mogelijke consequenties voor de kans van slagen van het ontslag, als voor het eventueel moeten betalen van een billijke vergoeding en de hoogte daarvan.

Lees de volledige uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 15 januari 2019 hier.

Contact

Kaart

Bosselaar & Strengers Advocaten

Maliebaan 29 – 33, 3581 CC Utrecht

Tel
+31 - 302 34 72 34
E-mail
office@bs-advocaten.nl