• Leestijd 2 - 3 minuten

Pas op met een finaal kwijtingsbeding in de beëindigingsovereenkomst

Hand met pen-0301.jpg

In de praktijk komt het vaak voor. De arbeidsovereenkomst van een werknemer wordt beëindigd met een beëindigingsovereenkomst. In deze overeenkomst worden allerlei dingen geregeld zoals de einddatum, de eventuele beëindigingsvergoeding en wordt afgesloten met een finaal kwijtingsbeding. Realiseren werkgever en werknemer zich wel wat de betekenis en de gevolgen zijn van een dergelijk beding? 

Het finaal kwijtingsbeding houdt in dat werkgever en werknemer over en weer, nadat alle gemaakte afspraken zijn nagekomen, niets meer van elkaar te vorderen hebben. Er kan dus niet worden teruggekomen op eerder besproken zaken, wensen of geschillen en onzekerheden die hebben geleid tot het sluiten van een beëindigingsovereenkomst. Kortom, wat in de overeenkomst staat is het en zal het ook blijven. 

Dat een finaal kwijtingsbeding aanzienlijke gevolgen kan hebben, wordt bevestigd door een recent gewezen arrest van het hof Amsterdam. In deze zaak hadden werknemer en werkgever een beëindigingsovereenkomst met een finaal kwijtingsbeding getekend. Enkele maanden later stelt werkgever een onderzoek in naar verduistering. Dit onderzoek leidt naar werknemer als verdachte. Werknemer blijkt werkgever voor maar liefst EUR 2.000.000,- te hebben opgelicht en werkgever wil de schade op werknemer verhalen. Kan dit? 

Werknemer stelt van niet: er is immers een finaal kwijtingsbeding gesloten en werkgever had toch al vermoedens van fraude vóórdat hij het finaal kwijtingsbeding tekende? Werkgever had namelijk bij de politie verklaard dat hij het idee had “dat er van alles niet klopte”. Nu werkgever blijkbaar vóór het sluiten van de beëindigingsovereenkomst vermoedens had over eventuele malversaties valt dit onderwerp eigenlijk onder het finaal kwijtingsbeding. De belangrijkste vraag in hoger beroep is dan ook of de aansprakelijkheid van werknemer vanwege fraude onder de reikwijdte van het overeengekomen kwijtingsbeding valt. 

Het hof overweegt als volgt.

Het gaat er bij de uitleg van het finaal kwijtingsbeding om welke rechten en vorderingen er op dat moment bekend zijn bij partijen. Uit het vermoeden van werkgever dat er van alles niet klopte kan niet worden afgeleid dat werkgever toen wist of vermoedde dat werknemer fraude zou hebben gepleegd, en al helemaal niet in de mate waarvan sprake blijkt te zijn. Volgens het hof mocht werknemer er daarom niet vanuit gaan dat werkgever met het kwijtingsbeding bereid was afstand te doen van het vorderingsrecht voor de fraude. 

In deze casus loopt het goed af voor de werkgever, maar het kwartje had ook de andere kant op kunnen vallen. Het is dus zaak om goed te realiseren waarvan, door sluiting van het finale kwijtingsbeding, precies afstand wordt gedaan. Zijn er misschien lijken in de kast te verwachten? Zo ja, laat deze onderwerpen dan uitdrukkelijk uit de overeenkomst. Na het sluiten van een beëindigingsovereenkomst met een finaal kwijtingsbeding kan immers niet op eerder gemaakte afspraken en besproken zaken worden teruggekomen. Pas dus goed op! 

Contact

Kaart

Bosselaar & Strengers Advocaten

Maliebaan 29 – 33, 3581 CC Utrecht

Tel
+31 - 302 34 72 34
E-mail
office@bs-advocaten.nl