07-02-2010
Maximering ontslagvergoeding
| Opnieuw discussie over de maximering van de ontslagvergoeding Eind 2008 heeft de Raad van State zich al eens gebogen over het (concept) wetsvoorstel van minister Donner om de ontslagvergoeding voor de hogere inkomens te maximeren. Het wetsvoorstel strekte ertoe de door de kantonrechter toe te kennen vergoeding bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst te maximeren op een jaarsalaris van de werknemer, indien dat salaris € 75.000,-- of meer bedraagt. Dit zou alleen anders kunnen zijn indien in de gegeven omstandigheden het volstaan met toekenning van een gelimiteerde vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. |
| De Raad van State verwierp het wetsvoorstel begin 2009. In de eerste plaats werd de keuze voor de grens van € 75.000,-- enkel toegelicht met het argument dat het in die gevallen gaat om "werknemers waarvan de arbeidsmarktpositie in de regel al goed is". Verdere onderbouwing van deze grens werd niet gegeven. De onderbouwing werd dan ook onvoldoende bevonden. Ook zou dit voorstel rechtsongelijkheid in de hand werken tussen werknemers met een jaarsalaris net onder en net boven de grens van € 75.000,--. Want hoe verklaart men dat een werknemer met een jaarsalaris van € 74.000,-- in theorie een ontslagvergoeding van € 200.000,-- zou kunnen ontvangen en een werknemer met een jaarsalaris van € 75.000,-- maximaal € 75.000,-- (bijzondere omstandigheden buiten beschouwing gelaten)? De Raad adviseerde minister Donner dan ook het voorstel te heroverwegen, maar die zag daar geen aanleiding toe. Volgens minister Donner bood het voorstel wel ruimte om werknemers met een hoog jaarsalaris, maar een slechte arbeidsmarktpositie een hogere ontslagvergoeding toe te kennen. Wat betreft de ongelijkheid was het het volgens Donner aan de rechter om hiermee om te gaan. Donner diende daarom het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in. Dit wetsvoorstel is dan (eindelijk) op 2 februari 2010 door de Tweede Kamer behandeld. Zowel de regeringspartijen als de oppositie blijken weinig vertrouwen te hebben dat het voorstel een verbetering is van de huidige praktijk. Dit standpunt is vooral ingegeven door de kritiek van de Raad van State ten aanzien van de voorziene ongelijkheid. Ook zou er te weinig rekening worden gehouden met de verschillen in de arbeidsmarktpositie van werknemers. Naast het inkomen zou ook rekening gehouden moeten worden met scholing en hoeveel de werkgever heeft geďnvesteerd in iemands kennisniveau om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Minister Donner heeft toegezegd zo snel mogelijk inhoudelijk op alle kritiek te reageren. |


